Rijbewijs terecht afgepakt door betrokkenheid grote fraudezaak

Gepubliceerd op 15-06-2017 om 10:00

De Raad van State heeft het hoger beroep van een vrouw die ervan wordt beschuldigd betrokken te zijn bij een grote fraudezaak waarbij een examinator van het CBR werd omgekocht, ongegrond verklaard. De Rotterdamse beweerde tijdens een hoger beroep bij de Raad van State niets te weten van de activiteiten van de examinator en de rijschoolhouder. Verder vond ze het normaal dat ze geld moest betalen voor de rijlessen en het rijexamen.

De Raad van State heeft bepaald dat het CBR vuil spel in dit geval voldoende aannemelijk heeft gemaakt en dat het CBR dus ook elk recht had om in 2015 het rijbewijs weer intrekken. De leerling behaalde al in 2013 haar rijbewijs, maar het CBR ontving later meldingen dat een verdachte examinator tussen 1 januari 2011 en 3 oktober 2014 kandidaten onterecht liet slagen. Examenkandidaten betaalden de rijschoolhouders en die betaalden weer 500 euro aan de examinator, zodat de kandidaat zeker zou slagen. Op basis van onderzoek concludeerde de politie dat de rij-examinator in die periode 197 kandidaten onterecht heeft laten slagen.

Afstand rijschool

Het CBR heeft bij die kandidaten naar verschillende indicatoren gekeken om een afweging te kunnen maken of het bewijs van rijvaardigheid onterecht was uitgegeven. Voor de Rotterdamse vrouw die de rechtszaak startte, was het niet alleen zo dat de kandidaat rijlessen volgde bij een verdachte rijschool en examen deed bij die verdachte examinator, maar speelde tevens mee dat de rijschoolhouder in een verhoor de naam van die kandidaat noemde als een van de personen die tegen betaling een rijbewijs had gekregen.

Bovendien woont de kandidaat in Rotterdam, maar heeft ze gebruikgemaakt van een rijschool in Den Helder. Dat is een afstand van 140 kilometer; veel verder dan normaal gebruikelijk is bij een rijschool. Meestal kiezen jongeren een rijschool binnen een afstand van 10 tot 20 kilometer in de omgeving. Verder was ook de examenlocatie ver weg. Het CBR droeg tijdens het geding aan dat er meer dan tien examenlocaties dichterbij de woonplaats van de kandidaat waren.

Verdediging

De kandidaat verdedigde zich door te zeggen dat ze een rijschool zocht waar Afghaans gesproken werd. Ze beweerde dat er in Rotterdam geen rijscholen zijn met instructeurs die die taal beheersten. Bovendien zei ze het niet vreemd te vinden dat ze examen moest doen op een afstand van 55 kilometer van Den Helder en liet ze weten het normaal te vinden dat zij moest betalen voor de rijlessen en het examen. Ze zou dan ook niet op de hoogte zijn geweest van de activiteiten van de examinator en de rijschoolhouder.

De Raad van State noemt het hoger beroep van de kandidate echter ongegrond. Het woonadres van de kandidaat, de rijschool en de examenlocatie zijn dusdanig ver van elkaar verwijderd dat dit verdacht is. Bovendien heeft het CBR duidelijk aangetoond dat er wel degelijk rijscholen met Afghaanse rijinstructeuren zijn in de buurt van Rotterdam. Dit zou bovendien niet uit moeten maken, aangezien de instructies tijdens een examen toch in het Nederland worden gegeven.

Boetes

Overigens kreeg de kandidate zelf geen boete voor het betalen voor haar rijbewijs en er is geen aangifte voor een strafbaar feit tegen haar gedaan. Maar de leerlingen die hadden gefraudeerd raakten wel het bewijs van rijvaardigheid kwijt. De rijschoolhouders en de examinator zijn ook gestraft. Drie van de zes betrokken rijschoolhouders kregen een taakstraf opgelegd van 240. Bovendien is het ze vijf jaar lang verboden om als rijschoolhouder te werken. De examinator die leerlingen voor geld liet slagen kreeg een gevangenisstraf van vijf maanden.

Lees ook:

Auteur: Inge Jacobs

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.